Verlies en rouw

Hieronder vind je meer informatie over verlies en rouw.

Rouwtheorieën in vogelvlucht

In de afgelopen 50 jaar is er een hele ontwikkeling geweest in het denken over verlies en rouw. Elisabeth Kübler-Ross maakte de dood bespreekbaar en haar theorieën zijn van grote invloed geweest op het omgaan met stervenden en nabestaanden. De grondhouding die zij artsen, verplegenden en anderen in de zorg meegaf is nog steeds actueel. Vooral luisteren, niet vanuit deskundigheid, maar vanuit een menselijke betrokkenheid. In 1996 beschreef zij de rouwfasen: eerst ontkenning, dan woede, daarna onderhandelen, vervolgens depressie en tot slot aanvaarding. Het wekte ten onrechte de suggestie dat er een volgorde zou zitten in de fasen die je zou doorlopen. Verwarrend voor iemand die rouwt, want rouwen is een persoonlijk, individueel en uniek proces.

De vijf fasen van rouw / omgaan met verlies, Elisabeth Kübler-Ross (1969)

Indien mensen met verlies, op welke manier dan ook, geconfronteerd worden, zijn er diverse fasen te herkennen, die men doorloopt bij de verwerking.
Genoemde fasen zullen niet altijd in deze volgorde doorlopen worden en ze vragen zeker niet allemaal dezelfde tijd. Bij iedereen verloopt het proces weer anders; sommige mensen slaan fasen over en anderen blijven lang in één fase hangen. Verlieservaringen uit het verleden bepalen mede hoe iemand nu omgaat met rouw. Een veilige plek is nodig om gevoelens te kunnen uiten. Het is daarbij belangrijk dat iemand niet alleen gelaten wordt, dat ‘wij’ het uithouden en erbij of in de buurt blijven. Respect voor het proces is nodig. Iemand kan niet op commando een fase doorleven of afsluiten. Bewustzijn van dit proces helpt wel om te (h)erkennen en er geduld mee te hebben.

  1. Ontkenning: men wil/kan het gebeurde niet accepteren, ‘het is niet waar’. De ontkenning werkt als een (tijdelijk) afweermechanisme, maar ook als bescherming na een onverwacht schokkend bericht en geeft de rouwende gelegenheid weer tot zichzelf te komen en een manier te vinden om er mee om te gaan. In deze fase is er ook de hoop, die mensen de kracht geeft om door te gaan en als het ware het gebeurde ongedaan te maken.
  2. Woede: als de waarheid tot iemand is doorgedrongen, dan ontstaat er vaak boosheid. Deze woede kan zich richten op van alles: de artsen of verpleegsters, God, zichzelf, het eigen lichaam, familieleden, enz. In deze periode is het vaak moeilijk iemand te benaderen, hij jaagt iedereen bij zich vandaan. Op de bodem van de woede ligt vaak het verdriet.
  3. Marchanderen: men gaat proberen met God, het Lot of het eigen lichaam te onderhandelen, het op een akkoordje te gooien. Men belooft het één te doen als er iets anders tegenover staat, men zegt bijv. ‘Ik ga nu heel gezond eten, dan zal ik vast weer beter worden’ of ‘Als ik vanaf nu heel aardig ben voor iedereen, dan kan ik vast mijn kinderen nog wel zien opgroeien’. Ook hier is veelal de hoop (op herstel) een grote drijfveer.
  4. Verdriet/Depressie: in dit stadium kan men de rouwende soms bijna niet bereiken, hij zit diep in zijn verdriet en niets kan hem eruit halen. Men is bezig het verlies dat men geleden heeft te verwerken, waarbij verliezen uit het verleden ook weer aangeraakt worden. Men kan behoefte hebben aan het steeds weer uiten van het verdriet. Huilen is nodig om verdriet te uiten. Tranen zijn het smeltwater van de ziel. De mate van het verdriet zegt iets over het verloren geluk. Spijt van wat niet gedaan of gezegd is, speelt vaak een rol. Op de bodem van het verdriet ligt vaak woede. Onderdrukte woede is vaak de oorzaak voor een ernstiger depressie.
  5. Aanvaarding: als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp heeft gehad om door de genoemde stadia te gaan, dan kan hij bij deze laatste fase komen, de acceptatie van zijn lot. Er komt berusting en men kan onthechten, loslaten. Loslaten is niet hetzelfde als vergeten (Ross, 2006).

Rouwen is door William Worden (1982) uitgewerkt in de vier rouwtaken

William Worden beschreef in 1982 zijn visie op rouwen in de 4 rouwtaken.
Met als toevoeging dat deze taken door elkaar lopen, elkaar afwisselen en telkens opnieuw terug kunnen komen. Belangrijk om te vermelden dat we de rouwtaken op elke vorm van verlies kunnen legen, dat het zowel voor kinderen als volwassen werkt. De taken geven inzicht, maar hebben de illusie in zich dat je door ze te doorlopen klaar bent met rouwen, dat is helaas niet de werkelijkheid.

Taak 1: Aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies.
Je realiseren wat het verlies betekent en begrijpen wat er is gebeurd. Vragen die je kunt stellen zijn o.a. Wat is er gebeurd? Hoe is het gebeurd? Wie was er voor jou etc. Wat is er veranderd voor jou sinds het overlijden/ scheiding etc. We gaan aan het werk om het verhaal vorm te geven. Dit helpt om verdriet van binnen naar buiten te halen. Je kan je ook uiten door actief iets te gaan doen, niet iedereen wil praten.

Taak 2: Ervaren van de pijn van het verlies.
Het gaan herkennen en uitdrukken van gevoelens is van belang. Door met metaforen te werken (ijskast/ masker/ gereedschapskist etc.) is het soms makkelijker om aan te geven hoe men zich voelt. Ook hier is het van belang om te herkennen en daarmee te erkennen wat er speelt. Het is helpend om te kijken hoe men voor dit gebeurde met emoties omging, of hoe je het van huis uit mee gekregen hebt.

Taak 3: Aanpassen aan de omgeving zonder de overledene.
Verlies verwerken doe je ook door het herbeleven van herinneringen. Soms ontstaat de neiging tot idealiseren van situaties of personen. Dit kan belemmerend zijn, doordat je hierdoor onmogelijk iemand toe kunt laten, of open staat voor nieuwe situaties. Dit is vaak gebaseerd op de angst. Het kan helpend zijn om symbolen/ rituelen te gebruiken om het verlies en de herinnering tastbaar te maken.

Taak 4. Investeren in nieuwe relaties.
De verlieservaring integreren in je bestaan. Naast de angst om opnieuw te verliezen kan er sprake zijn van loyaliteitsgevoelens naar personen, schuldgevoelens etc. Dit maakt vaak dat jij je gaat isoleren. Het is moeilijk om de stap te maken om opnieuw, anders naar de toekomst te gaan kijken en daarin beslissingen te nemen. Stel grote beslissingen uit tot je zeker weet wat je wilt.
Bron: (Worden, 2008)

Het duale procesmodel, Schut & Stroebe (2002)

Er werd steeds meer ook wetenschappelijk onderzoek gedaan naar verlies en rouw. Dat heeft nieuwe inzichten opgeleverd, die door Magaret Stroebe en Henk Schut zijn vormgegeven in een duaal procesmodel. Margaret Stroebe is emeritus hoogleraar aan zowel de afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie, Universiteit Utrecht en de afdeling Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie, Rijksuniversiteit Groningen, Nederland. Ze heeft zich voor vele jaren gespecialiseerd op het gebied van verliesverwerking.

Met Henk Schut ontwikkelde zij het duale procesmodel van rouwverwerking. De ene keer is de aandacht gericht op het verlies, op een ander moment gaat de aandacht vooral naar verder gaan met je leven, de draad weer oppakken (Schut & Stroebe , 2002).

Roeien met twee riemen is de metafoor die vaak gebruikt wordt bij het Duale proces.
De ene riem is verliesgericht. (denk hierbij ook aan rouwtaak 1 en 2) Het staat voor bezig zijn met het verlies, terugdenken aan hoe het afscheid gegaan is, herinneringen ophalen aan diegene die je verloren bent, praten daarover, verlangen en missen, Je verdriet toelaten en je mogelijk ook
boos, angstig, schuldig of wanhopig voelen.

De andere riem is herstelgericht (denk hierbij ook aan rouwtaak 3 en 4).
Hij staat voor verder gaan, je leven herinrichten na het verlies wat op je weg kwam. Dingen die je eerst samen deed nu alleen doen. Alleen voor je kinderen zorgen terwijl je barst van verdriet en niet weet hoe je jezelf op de rails moet houden.

Iedereen die te maken krijgt met een betekenisvol verlies komt in onrustig water terecht. Op zijn minst in onbekend vaarwater. De vaste grond onder je voeten ben je kwijt en het vraagt kracht en energie om de boot alleen al in evenwicht te houden. De realiteit is dat soms die ene kant en soms die andere kant meer aandacht vraagt. Er is niets op tegen om een tijdlang gewoon maar met één roeispaan te roeien, zodat je rondjes draait. Je bent zelf de roeier van je boot.
Het gaat erom je eigen slingerbeweging te vinden die ervoor zorgt dat je niet in je emoties verdrinkt maar dat je ze ook niet verdringt. Waar het om gaat is dat we tijd nemen voor de pijn en tijd nemen om er niet mee bezig te zijn en afleiding zoeken.

Terug naar:

Individuele ondersteuning Trainingen & workshops